Hondenrassen

Petit Basset Griffon

PETIT BASSET GRIFFON VENDÉEN

Geschiedenis

De Petit Basset Griffon Vendéen heeft zijn naam te danken aan de streek waar hij vandaan komt. Het gaat daarbij om vier rassen van verschillende grootten (van groot naar klein): Grand Griffon Vendéen, Briquet Griffon Vendéen, Grand Basset Griffon Vendéen en Petit Basset Griffon Vendéen. Het zijn alle vier rassen voor de meutejacht. Dat wil zeggen dat zij in groepjes van 2 of meer honden van hetzelfde ras jagen op wild.

‘Petit’ = ‘klein’; ‘Basse(t)’ = ‘laag bij de grond’ of ‘laagbenig’. ‘Griffon’ = ‘ruwharig’ en ‘Vendéen’ slaat op de streek in Frankrijk.

De Griffon Vendéen die het langst bekend is, is de Grand Griffon Vendéen, die al vele eeuwen voor de drijfjacht in de Vendée gebruikt werd. Tot in de tweede helft van de negentiende eeuw kwamen er sporadisch kleinere en kortbenige honden voor in de meutes. Maar pas tegen het einde van de negentiende eeuw werd bewust geprobeerd een kleinere en een kortbenige variant te fokken. Zij waren namelijk meer geschikt voor het kreupelhout, de struiken en de jacht op het kleinere wild zoals hazen en konijnen. De wat kleinere Briquet werd voor de hazenjacht gebruikt. De bassets, die rustiger waren dan de langbenige honden en daardoor een beter uithoudingsvermogen hadden, werden gebruikt voor de jacht onder het geweer. Ook was de rustigere Basset minder snel afgeleid door sporen van ander wild.

Vrijwel van het begin af aan waren er twee soorten Bassets Griffon Vendéen, de Basset met rechte voorpoten (de tegenwoordige Grand Basset Griffon Vendéen) en de nog lagere Basset met gedraaide voorpoten (de tegenwoordige Petit Basset Griffon Vendéen). In 1922 werd de indeling van de voorpoten vervangen door de hoogten.

De Petit is het jongste ras in de rij van vier. In de tijd dat de Grand Basset Griffon Vendéen furore maakte als jachthond, wilde men graag een kleinere Basset hebben. Minder kosten voor het levensonderhoud en de jacht op konijnen en ander wild waren enkele van de drijfveren.

Na een aantal ‘knoeijaren’ (men dacht dat de Grand alleen maar kleiner gefokt hoefde te worden) ontstond er toch een heel eigen type en kwam er na de Tweede Wereldoorlog een rasstandaard.

Uiterlijk

De schofthoogte van de Petit ligt tussen de 34 en 38 cm.

De kleur kent allerlei varianten in uni (eenkleurige), tweekleurige en driekleurige exemplaren. De unisoort is min of meer donker haaskleurig of witgrijs, terwijl de tweekleurige variant wit en oranje, wit en zwart, wit en grijs of wit en rood kan zijn. De driekleurige soort tenslotte kan wit, zwart en rood, wit en haaskleur; of wit, grijs en rood gekleurd zijn. De vacht is ruwharig, hard en niet al te lang. Het haar is niet al te los en evenmin gekruld.

Karakter

Het is een eigenwijze, zelfstandige maar trouwe hond die zich sterk hecht aan één baas. Hij kan echter ook als gezinshond worden gehouden. Zijn karakter is opgewekt, sociaal, lief, gevoelig, schrander, actief en probleemloos. Het is een snelle hond en ondernemend van aard.

Veel mensen om zich heen vindt hij gezellig. Daarnaast kan hij goed overweg met soortgenoten, mensen en kinderen. Hoewel deze hond vooral voor de jacht is gefokt, past hij zich goed aan als gezinshond.

Opvoeding en verzorging

Een perfect gehoorzamende hond wordt de Petit Basset Griffon Vendéen niet gauw, vanwege zijn onafhankelijke karakter. Met een consequente en geduldige aanpak valt hem echter veel bij te brengen.

Borstel de vacht van deze hond regelmatig. De oren en de gehoorgang moeten goed schoon gehouden worden. Vijl af en toe de nagels en knip het haar tussen de tenen weg, omdat er anders klitten in het haar komen en er makkelijk doornen en dergelijke in blijven hangen. Pluk het haar één keer per jaar om het dode en losse haar te verwijderen. Voor tentoonstellingen kan de hals wat langer lijken door daar wat meer haar weg te plukken. Bij de Petit moeten de oren en de staart wat korter zijn dan bij de Grand.

Gerelateerde posts:

Tags: , , , , , , , ,

Advertenties