Hondenrassen

Dobermann

DOBERMANN
doberman_pinscherGeschiedenis

De Dobermann, vroeger Dobermann Pinscher genoemd, is afkomstig uit Duitsland en was daar de eerste diensthond. Hij werd door de grondlegger van het ras, de deurwaarder Dobermann, vanaf omstreeks 1850 ontwikkeld om hem bij het innen van belastinggelden te begeleiden. Dobermann werkte in Apolda in Thüringen, waar hij ook hondenvanger en vilder was. Het ras zou in eerste instantie Belling zijn genoemd, naar de bijnaam van de fokker.
Door het kruisen van de Duitse Herdershond met de Duitse Pinscher en enkele regionale rassen, zoals de Weimaraner, en door het inkruisen van de Manchester Terriër, de Black and Tan Terriër (Engelse Toy Terriër) en de Greyhound zou deze zeer geschikte begeleider zijn ontstaan. Sommige vragen zich af of Dobermann de enige is geweest, die voor dit ras heeft gezorgd. Zo zou ook de Duitser Otto Goller  als de eigenlijke fokker worden beschouwd. Deze zou het inkruisen van verschillende rassen hebben afgewezen en alleen in Duitsland levende Toy Terriërs hebben gebruikt om daarmee de hond lichter te laten worden. Volgens de Fransen zou de Dobermann dan weer van Franse origine zijn, als nakomeling van de Beauceron waarmee het ras een overeenkomst vertoont. Opmerkelijk is dat men in staat was in zo’n korte tijd een nieuw ras te ontwikkelen want in de afgelopen eeuw is de Dobermann tamelijk veel veranderd.
De oude naam Dobermann Pinscher, dus de Pinscher van Dobermann, verwijst naar het Engelse werkwoord ‘to pinch’, dat ‘knellen’ en ‘knijpen’ betekent. Dit verwijst naar een katachtige techniek waarbij een prooi met beide voorpoten tegelijkertijd wordt vastgepakt. Dat ‘to pinch’ ook nog andere betekenissen heeft, zoals ‘krenterig zijn’, ‘kwellen’, ‘ritselen’ en ‘gappen’, is in relatie tot het werk van de heer Dobermann een aardig detail -;).

Uiterlijk
De Dobermann is een meer dan middelgrote hond met een vierkant lichaam. Volwassen reuen kunnen een schofthoogte van zo’n 57 tot 63 cm bereiken; volwassen teven worden met 53 tot 59 cm iets kleiner.

De vacht van de Dobermann is zwart, blauw of bruin. Er is een roestkleurige aftekening, die boven de ogen en aan de snuit zeer duidelijk is, evenals aan de keel, het voorste deel van de borst, op de poten en voeten en rond de anus. Bij zwarte honden is de neus egaal zwart, bij bruine honden donkerbruin en bij blauwe honden donkergrijs. De haren van de vacht zijn kort, hard, dik, glad en vlak aanliggend. De ondervacht kan op de hals grijs zijn, maar dat is alleen toegestaan als dit niet te zien is.

DobbermannKarakter
Van oorsprong was de Dobermann een waak- en verdedigingshond. Tegenwoordig wordt hij ook als gezinshond gehouden. Het is een vasthoudende, moedige waakhond met een goed uithoudingsvermogen, actief en intelligent. Door zijn trouw en aanhankelijkheid kan hij zich gemakkelijk aan een bepaalde persoon binden.
Indien uw Dobermann goed gesocialiseerd en opgevoed is, is hij aangenaam gezelschap voor uw huisgenoten en voor uw eventuele andere huisdieren, inclusief andere honden. Van nature heeft deze hond een open karakter doch dat betekent niet dat ongewenste bezoekers bij hem zonder meer welkom zijn.

Opvoeding en verzorging
De opvoeding van de Dobermann vraagt de nodige aandacht. Een consequente en evenwichtige opvoeding in een ontspannen omgeving is daarbij het uitgangspunt. Om geen nerveus dier te bekomen dienen de omstandigheden optimaal te zijn. Hij kan dan angstig gedrag gaan vertonen, waarbij hij onnodig kan gaan bijten. Dit zijn echter verschijnselen die niet bij deze hond passen. Wie onvoldoende ervaring heeft met het opvoeden van dieren, kan dus beter van de aanschaf van een Dobermann afzien.
Een Dobermann kan men ook perfect africhten. Het verdient echter aanbeveling daarmee pas later te beginnen en de hond eerst aan het gewone ‘werk’ te laten wennen. Verder is het bij grote honden als de Dobermann van belang dat ze al direct leren, niet aan de riem te trekken.
Naast de dagelijkse rondjes heeft de Dobermann ook behoefte aan een dagelijkse langere tocht. Daarbij moet hij flink kunnen rennen: zo komt dit dier met zijn grote uithoudingsvermogen goed tot zijn recht.
Door de korte haren heeft de vacht weinig verzorging nodig. Vooral tijdens de rui moet men de dode en oude haren verwijderen. Houd de nagels kort en controleer het gebit regelmatig op tandsteen en aanslag.

Gerelateerde posts:

Tags: , , , , , ,

Advertenties